Nieuwsbrief 03

 

Mijn levensweg en mijn droom voor Nederland

 

Mijn vorige nieuwsbrief over de essentie van Creatie heb ik verwerkt in een manuscript dat over mijn leven gaat. Maar hoe pak je zoiets aan? De eerste zes hoofdstukken spelen zich af in de jaren 1971 tot en met 2009. Het gemeenschappelijke thema is de verbondenheid met mijn vader. Die verbondenheid is in mijn kinderjaren ontstaan, omdat ik moeite had met de bitterheid van mijn moeder om te gaan. Spannend voor mij zijn de volgende zes hoofdstukken die de kortere periode van 2007 tot en met 2018 schetsen, toen ik in de ban raakte van graancirkels en een samenwerking aanging met het medium Judith Moore.

 

Omdat mijn vader grafisch kunstenaar en poppenspeler was, zien de eerste zes hoofdstukken er best aantrekkelijk uit. Ik vertel ook het een en ander over mijn vader en ik beschrijf tenslotte zijn afscheid als poppenspeler op 90-jarige leeftijd. Omdat hij op zijn 15e met het maken van marionetten begonnen was, gaat het om een artistieke loopbaan van 75 jaar. Ik was 18, toen ik door toedoen van mijn moeder via mijn dromen verbonden raakte met het onbewuste. Dat was ook de leeftijd waarop mijn vader grote solo-marionetten ging maken, omdat hij in het donker van zijn slaapkamer gestalten om zich heen zag zweven.

 

Mijn vader bij zijn afscheid als poppenspeler.

 

Vanaf mijn 44e (november 1996) doorliep ik een spirituele ontwikkeling die versneld werd door de instorting van de Twin Towers op 11 september 2001. Kort na die uitbarsting van geweld leerde ik via vredestroubadour James Twyman dat de vrouwelijke Christus de energie van vrede en mededogen is. Als journalist kon ik wel wat met dat inzicht. Een ramp in persoonlijk opzicht vond een jaar later plaats toen mijn werkgever HN-Magazine failliet ging. Voor de derde keer in mijn leven moest ik op zoek naar een nieuw beroep. In juni 2003 droomde ik dat Jung voor mij een opdracht had gebeiteld in een Jung-Instituut in Bern.

 

Als ik allerlei gebeurtenissen uit de doeken zou gaan doen, bereik ik niet het beoogde doel van het schrijven. Ik wil niet meedelen wat ik allemaal heb meegemaakt maar ontdekken wie ik ben. Daarom besteed ik aandacht aan graancirkels uit de jaren 2007 tot en met 2009, omdat die voor mij een bijzondere betekenis hebben. Maar dan zit ik al in het tweede deel van het manuscript en heb ik dankzij mijn droom over Jung De dertien tonen van de schepping geschreven. Verder was ik ervan overtuigd geraakt dat de jaren 2001 tot en met 2013 een scheppingscyclus vormden waarin de Aarde herboren zou worden met de oorspronkelijke blauwdruk van de schepping.

 

Om dit proces te volgen ging ik een samenwerking aan met Judith Moore en enigszins naïef verwachtte ik dat de antwoorden op maatschappelijke vragen vanzelf uit de kosmos naar mij toe zouden vliegen. In werkelijkheid voelde ik mij vaak verloren. Judith kreeg prachtige boodschappen door, ook rond graancirkels, maar die bereikten maar een klein groepje mensen. Ik schreef enkele Engelse manuscripten die nimmer gepubliceerd werden en een aanbod van Maria Magdalena om een dun boekje te laten verschijnen dat door iedereen begrepen zou kunnen worden werd door Judith niet serieus genomen.

 

Met Judith na een succesvolle workshop in september 2016.

 

Ik had steeds de neiging om geschenken die Judith voor de mensheid ontving en in een immens pakhuis opstapelde te gaan uitdelen. Dat heb ik ook gedaan in twee boeken die over graancirkels en de betekenis van Maria Magdalena gaan. Ze verschenen in 2013. Maar in 2014 wist ik niet meer wat ik moest doen in het leven. Op 13 april bezocht ik het spiritueel centrum Villa Vijf33 in Vijfhuizen en daar liet ik mij voorlichten door een Tarot raadgever die een serie kaarten duidde die ik zelf had getrokken. Omdat ik in een kwetsbare positie verkeerde, wilde ik graag iets positiefs horen. Maar valt de toekomst wel te voorspellen? Ik had voor iedere maand van het resterende jaar een Tarot kaart getrokken.

 

Nu zie ik dat mijn leven in 2014 toch een lijn heeft gevolgd die met die kaarten te maken had. De Tarot raadgever had mij voor de maand mei aangeraden aan de profilering van mijn bedrijf te werken. Daarbij was ik tot de conclusie gekomen dat de missie van Nederland gericht was op de ontwikkeling van Christusbewustzijn. In december vond ik in het pakhuis van Judith de dertien solaire principes die bij het Christusbewustzijn horen. December zou in het teken van de Aas van Bokalen staan. Volgens Maria Magdalena zijn er dertien bekers of bokalen van de graal en ik had onverwacht de inhoud ervan gevonden.

 

In het twaalfde hoofdstuk buig ik mij over de dertien mantra’s van de essentie van Creatie die eveneens uit het werk van Judith afkomstig zijn. Waarom publiceert zij niet zelf wat meer van wat zij doorkrijgt? Die vraag hoef ik in mijn manuscript niet te beantwoorden. Het gaat immers om de vraag welk geschenk ik zelf aan de wereld kom brengen. In De Revolutie van het Hart van Anna Myrte Korteweg heb ik gelezen: ‘Het is niet aan de orde om roem te vergaren. Alles wat er gebeurt, is dat je iets krijgt en het deelt. En dat is menselijk. Eigenlijk is de enige betekenis dat je een eigen geschenk komt brengen aan de wereld. Als je dat doorhebt, is alle strijd voorbij.’

 

Toen ik in februari van dit jaar aan het onbewuste vroeg wat mijn essentie was, maakte ik in de eerste droom die ik kreeg lange wandelingen met Pim Fortuyn. En nu de maand van de filosofie gewijd is aan het thema ‘Verbeelding aan de macht’ ben ik geen zonderling meer. Er wordt nagedacht over wat Fortuyn in de Nederlandse politiek teweeg heeft gebracht. Volgens Femke Halsema was hij een van degenen die de agenda van links wegkaapten om er een rechtse draai aan te geven. Maar mijn eerste poging om haar essay ‘Macht en verbeelding’ aan te schaffen liep op een mislukking uit. Het dagblad Trouw had mij een dag te vroeg op pad gestuurd.

 

 

Daarom kwam ik op Paaszaterdag met de gedichtenbundel ‘apocrief / de analphabetische naam’ van Lucebert thuis. Ik vond de bundel uit mijn geboortejaar 1952 door in een antiquarische boekhandel bij de kast met binnengekomen boeken te kijken. Vandaar dat het dertiende hoofdstuk van mijn levensverhaal niet aan links en rechts in de politiek, maar aan poëzie is gewijd, aan de dichter in mijzelf. Zelf ben ik geen dichter, maar er weerklinken soms woorden in mij die aan een gedicht doen denken. In december 2011 vroeg ik mij af of Maria Magdalena met mij kon communiceren en schreef toen de volgende regels op:

 

Nadering, onverwacht

Verre verten

Ondoorgrondelijk gericht

Bevrijding

 

Een gedicht! Daarna duurde het meer dan een jaar voordat ik opnieuw met Maria Magdalena in gesprek ging. Haar woorden werden toen een stuk praktischer. Haar thema is inderdaad bevrijding: ‘Ik wil vrije mensen op aarde die hun overvloed met anderen delen.’ In de zomer van 2013 schreef ik een sprookje over haar dochter Sara. Eind februari 2015 kreeg ik onverwacht contact met Sara. Eind juli raadde ze mij aan om de mythe uit mijn sprookje verder te dromen. Amsterdam zou de stad van Sara kunnen worden. Rond de zomerzonnewende van 2016 liet ik toe dat zij mij meer dichterlijke regels toestopte:

 

Het is een weldaad in de stilte te verkeren.

De dagen van vrede naderen voor wie uit het hart leeft.

Er zijn geen belemmeringen meer voor de stroom van liefde uit de Bron.

Keer terug naar innerlijke onschuld. Geniet van het leven

dat onophoudelijk uit onuitputtelijke bronnen opwelt.

 

Moeilijker was het om naar dergelijke raadgevingen te gaan leven. Verschillende keren wezen lichamelijke klachten erop dat ik wel degelijk mijn leven diende te veranderen. Als ik dat zou doen, verwijder ik mij toch weer van de maand van de filosofie. Nu ik ‘Macht en verbeelding’ te pakken heb gekregen, zie ik ook dat ik in dat debat van Femke niet thuishoor. Stevo Akkerman constateerde in Trouw dat het geloof in dit essay ontbreekt. Hij heeft het dan over de joods-christelijke traditie. Die traditie zou volgens hem eveneens door nieuwrechts gekaapt zijn.

 

 

Zelf geloof ik niet dat die traditie bestaat. Ik zie teveel verschillen tussen jodendom en christendom. Toen ik in 2014 ‘Mijn droom voor ons land’ schreef was het juist mijn bedoeling die verschillen te overbruggen in een verhaal waarin het Huis van David met zijn twaalf stammen een sleutelrol vervulde. Ik had in De Taal van Graancirkels van Judith Moore en Johan Keijser gelezen dat er bij het bouwen van de toren van Babel haat en tweedracht gezaaid was tussen de verschillende culturen. Er was geen taal meer die van eenheid in verscheidenheid sprak. De twaalf stammen verspreidden zich met de twaalf bekers met zuivere levenskrachtenergie over de aarde, maar de dertiende beker die de overige twaalf had kunnen verenigen ontbrak.

 

Een aantal jaren terug ben ik op zoek gegaan naar die dertiende beker en die bleek gevuld te zijn met liefde zonder grenzen. Zou dat mijn geschenk aan Nederland zijn? De officiële uitgave van Mijn droom voor ons land uit 2013 zit vol verbeelding en dat zonder veel politieke analyse. In de tijd dat ik mij in dit initiatief van koning Willem Alexander verdiepte stuitte ik op een bijdrage van Paul van Vliet die aan onze kinderen uitlegde dat hun een leven vol zorgen wachtte. Mijn droom was juist dat ze een leven zonder zorgen tegemoet mochten treden. We zouden via verhoogd bewustzijn een tuin van licht en vrede kunnen betreden ‘waar alle geschenken om ons heen zullen stromen, aan ons gegeven om gul uit te delen aan anderen.’

 

Herbert van Erkelens

6 april 2018

 

Mijn droom voor ons land

 

 

1 reactie op “Nieuwsbrief 03

Geef een reactie