Nieuwsbrief 01

 

Op zoek naar mijn essentie

 

Een half uur nadat ik mijn vorige nieuwsbrief op internet had gezet werd onze kleindochter Mila geboren. Natuurlijk wist ik dat zij ging komen en daarom was ik in nieuwsbrief 42 bezig met de vraag van leven en anti-leven. In een begeleidende email schreef ik over het nazisme: ‘De kampen zijn verdwenen, maar de vernietiging van levens is doorgegaan.’ Nu ben ik mede dankzij mijn dromen een stuk minder somber geworden. Ik ben op zoek gegaan naar mijn essentie en die ligt verrassend genoeg bij de omgang met een Scandinavische of Germaanse god die niet zo’n beste naam heeft: Odin of Wodan.

 

Natuurlijk is de geboorte van mijn eerste kleinkind een groot moment in mijn leven. Enkele dagen voordat zij geboren werd, trok ik de engelenkaart ‘Geboorte.’ Een week nadat Mila geboren was, besloot ik nogmaals een engelenkaart te trekken. Tot mijn verbazing was het resultaat opnieuw ‘Geboorte.’ Toen wist ik zeker dat ik aan mijn eigen wedergeboorte diende te werken. De engelenkaart duidt normaal gesproken een verschuiving naar een andere dimensie aan met nieuw leven, nieuwe ideeën en nieuwe vormen.

 

Tussen die twee engelenkaarten in heb ik een serie merkwaardige dromen gehad. Een vriend had mij geadviseerd voor het slapen gaan naar mijn essentie te vragen. In de nacht van 1 naar 2 februari droomde ik over Nederland. Het ging om drie dromen waarvan de eerste als volgt luidde: ‘Ik denk terug aan de lange wandelingen met Pim Fortuyn over de heide.’ Daarna wond ik mij erover op dat het bij verkiezingen niet mogelijk blijkt om een regering samen te stellen die enigszins capabel is om Nederland te leiden. Vervolgens droomde ik over een nieuwe leider maar vermoedelijk niet iemand die te vertrouwen is. Tenslotte zat ik in een machtige stoomtrein die richting Duitsland reed.

 

 

Ik was sterkt verrast door het politieke karakter van deze droomfragmenten en moest denken aan het enige boek dat ik ooit van Fortuyn heb gelezen en aan het Nederlandse volk was gericht. In dat boek staan verschillende zinnige dingen die nooit de Tweede Kamer hebben bereikt, omdat Fortuyn in mei 2002 vlak voor de kamerverkiezingen werd vermoord. Zelf ben ik niet het type om de politiek in te gaan en een einde te maken aan wat Fortuyn de verweesde samenleving noemde, een samenleving waarin je je niet thuis voelt.

 

Inmiddels weet ik dankzij een brief van Bertus Swaanswijk hoe Adolf Hitler over ons volk dacht: ‘Het Nederlandse volk is een schitterende parel in de kroon der Germaanse volken. Geestelijk hebben de Joden bij ons niet meer invloed gehad dan bijvoorbeeld hier in Sachsen.’ Toen hij dit schreef, vertoefde Bertus Swaanswijk in Sachsen waar hij uit vrije wil voor de Duitse oorlogsindustrie werkte. Later zou hij zich Lucebert noemen en een gevierd dichter en schilder worden.

 

Enkele dagen voordat de nazisympathieën van Swaanswijk bekend werden, heb ik van Duitsland gedroomd. Ik was mij gaan afvragen waarom die stoomtrein uit mijn dromen richting ons buurland reed. Ik had het gevoel dat ik mijn essentie pas te weten kon komen als ik de bestemming van de trein zou kennen. Daarom stelde ik opnieuw de vraag naar mijn essentie. Daarop droomde ik in de nacht van 3 op 4 februari:

 

‘1. Ik ben bezig het leven van een nazi te verwerken tot een blok glas met lasergravering. Daartoe probeer ik op de laptop een plaatje in het juiste formaat te krijgen. 2. Ik ben in een ruimte met verschillende mensen. Er zijn ook twee badkuipen. Eén zit zo vol water dat het water boven de rand uitkomt, maar niet wegvloeit. De vrouw die daarmee bezig is begrijpt dat ik daarmee aan het werk wil en gaat opzij. 3. Er staat een man met het gezicht van een beer naast mij. Hij heeft een zwart masker op. Hij zou een nazi kunnen zijn. Maar als mijn vrienden komen zal blijken dat hij een helper is.’

 

De Waarnemer. Een Wodangestalte uit het werk van Peter Birkhäuser.

 

Hierdoor werd mij veel duidelijk. Ik reisde naar Duitsland, omdat daar voor mij de essentie ligt. Blijkbaar moet ik mij zorgvuldig in de nazi-psychologie verdiepen en ook innerlijk wat in evenwicht brengen. De ene badkuip is immers overvol en de andere leeg. Uiteindelijk staat er een beerman naast mij. Ik weet dat het Wodan is. Als beerman ken ik Wodan uit de dromen van grafisch kunstenaar Peter Birkhäuser en uit het dagboek van diens vrouw Sibylle. De beer is een van de dieren die bij Wodan hoort. En volgens Carl Gustav Jung betekende het nationaalsocialisme het ontwaken van Wodan.

 

Dat laatste heb ik altijd een ongemakkelijke gedachte gevonden. Want hoe kun je je dan met goed fatsoen met Wodan bezig houden? Wanneer ik mijn droomfiguur nog diezelfde dag naar zijn masker vraag, antwoordt hij: ‘Het gaat om bescherming. Mensen kunnen mijn blik niet verdragen.’ Daarop vraag ik: ‘En de nazi’s dan?’ ‘Die hebben geen hart, geen moed. Ze lijken in niets op een beer. Ik breng de morgenstond.’

 

Vier dagen later werd het nieuws bekend dat Lucebert in zijn jonge jaren nazisympathieën heeft gekoesterd. Lucebert woonde in Bergen en een keer ben ik bij hem thuis geweest. Zijn zoon was bevriend met mijn neef Ariën. Wat mij in zijn brieven opvalt is het antisemitisme. Hoe kun je als zoon van een schilder uit de Jordaan zo tegen Joden zijn? Swaanswijk schreef aan een vriendin in Nederland: ‘Inderdaad, een groot gedeelte van ons volk is verwekelijkt, is verjoodst, is ontaard, doch een reden te meer om te vechten voor de zuivere kern die er ongetwijfeld nog in aanwezig is.’

 

Als Lucebert moet Swaanswijk zich erg geschaamd hebben voor de manier waarop de nazi’s deze zuivere kern tevoorschijn dachten te brengen. Ik kan mij wel voorstellen dat je met een god als Wodan in een verheven stemming komt. Want hij is onder meer de god van inspiratie, speciaal voor dichters. Maar waarom zou je Joden ergens de schuld van geven? Misschien is het een goed teken dat de nazi in mijn dromen een figuurtje is geworden in een blok glas. Hij zal wel lange zwarte laarzen aan hebben en ook een hoge pet op hebben. Maar hij is geschiedenis geworden.

 

The Soul’s Journey Through Gilgul. Door Abigail Sarah Batsheva (Bagraim).

 

Drie dagen na deze dromen was ik in de stadbibliotheek van Haarlem om Bijbels eerbetoon van Elie Wiesel terug te brengen. Ik had dat boek in het souterrain gevonden. Ik ging naar de kast toe waar het had gestaan om te zien of er nog een ander interessant boek te vinden was. Ik zag Het boek van Annaëlle staan. Annaëlle is een lichamelijk gehandicapt en autistisch Frans meisje geweest dat zichzelf volgens de chassidische traditie als een gilgoel beschreven had, als een gereïncarneerde ziel. Ze was naar eigen zeggen in haar laatste vorige leven in de vernietigingskampen van de nazi’s omgekomen. Het begrip gilgoel ken ik ook van het werk van mijn joodse vriendin Abigail Sarah Bagraim. Zij heeft zichzelf als een ziel geschilderd die naar de hemel stijgt uit een mars van Joden die de opstand in het getto van Warschau overleefd hebben en op weg zijn naar het vernietigingskamp Treblinka.

 

Naast Het boek van Annaëlle stond Onmogelijke herinneringen van rabbijn Yonassan Gershom. Het ging over ‘reïncarnatiebeelden van de holocaust.’ Dat nam ik mee. Gershom beschrijft de wederopstanding van het jodendom na de Tweede Wereldoorlog. Veel zielen die in de vernietigingskampen omkwamen zijn naar zijn idee snel weer op aarde teruggekeerd. De reïncarnatieverhalen die hij heeft opgetekend zijn van mensen die vóór 1954 geboren werden. Zij hebben ertoe bijgedragen dat de joodse traditie als een feniks uit zijn as herrees. Eindelijk werd joodse spiritualiteit ook door andere religies serieus genomen. Zo schrijft hij: ‘Het jodendom, dat zolang naar beneden is gehaald en afgewezen door de westerse beschaving, wordt eindelijk liefgehad, omhelsd en gerespecteerd. En dat is misschien de beste manier om het karma van de holocaust te genezen, zodat we allemaal voorbij onze onmogelijke herinneringen kunnen komen.’

 

En wat is in dit verband mijn essentie, mijn missie? Ik ben ook vóór 1954 geboren, eveneens met herinneringen aan die vreselijke nazitijd. Maar ik was in mijn laatste vorige leven niet joods. Het medium Thea Terlouw heeft mij in juni 1999 uit de doeken gedaan dat ik mij aangesloten had bij de antroposofische beweging rond Rudolf Steiner. Ik had de wens gehad natuurkundige te worden, maar werd arts. Ik wilde licht te brengen in een duistere periode van de geneeskunde. Omdat ik in Beieren werkzaam was, was ik mij al vroeg bewust van het enthousiasme dat de partij van Adolf Hitler bij vele maatschappelijk teleurgestelde mensen opriep. Ik volgde lezingen van Steiner en was op de hoogte van bepaalde occulte aspecten van de nazibeweging. Steiner zelf overleed in 1925, maar had toen al een kleine kring van leerlingen voorbereid op wat er in Duitsland ging komen.

 

Het verslag van dat leven in nazi-Duitsland is tamelijk uitvoerig. Ik kwam ook te weten dat mijn eigen zielengroep nauw betrokken is geweest bij het inrichten van heelkamers voor zielen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder gruwelijke omstandigheden omkwamen. Ik vermoed dat de snelle reïncarnatie van oorlogsslachtoffers zonder die heelkamers ondenkbaar zou zijn geweest. Ik keerde terug met de wens om alsnog natuurkundige te worden. Dat is gelukt, maar het onbewuste begon zich bij mij op negentienjarige leeftijd te manifesteren. Ik droomde van Wodan als zwerver en moest zijn kijk op de natuur zien te verzoenen met wat ik in de natuurkunde leerde.

 

Daarbij kwam ik niet bij de antroposofie, maar bij de Jungiaanse psychologie terecht. Vooral Marie-Louise von Franz heeft mij veel geleerd over Wodan die in de Germaanse mythologie veel bijnamen had waaronder Grimnir, de gemaskerde. Wat zijn aanwezigheid uiteindelijk voor mij betekent, kan ik niet met zekerheid zeggen. Von Franz noemt Wodan in de gestalte van een beer de donkere god, omdat hij ons met zijn klauwen kan verwonden. Maar hij kan ook nieuw leven betekenen. En dat nieuwe leven kan ik goed gebruiken, nu ik een kleindochter heb met een mooie Slavische naam.

 

Herbert van Erkelens

Februari 2018

 

PS. De citaten uit de brieven van Bertus Swaanswijk zijn ontleend aan het dagblad Trouw van 8 februari 2018.

 

1 reactie op “Nieuwsbrief 01

  1. Lieve Herbert en Inge,

    Altijd weer verrast door je zienswijze en levenservaringen, die je zo prachtig weeft tot een voor ons
    zeer lezenswaardige nieuwsbrief. Dankbaar voor de openhartige blik in je leven.

    Graag Feliciteren wij jullie met de komst van jullie kleindochter Mila,die jullie initieerde in de Rijkdom van het Groot-Ouderschap.
    Moge zij een Zonnestraal zijn in jullie leven èn in dat van een ieder, die zij op haar levensweg ontmoet.

    Veel Geluk in je Nieuwe Leven !!
    Weet je Gezegend en Geliefd in Hemel en op Aarde.

    Hartengroet uit Putten,
    Annet en Freek van Rij.

Geef een reactie