Leerling van Von Franz

 

Wat bezielt Wodan om in onze dromen te verschijnen? Ik ben niet de enige. Want een kennis van mij droomde dat Wodan zijn tuinhuis wilde gebruiken om te overnachten. Carl Gustav Jung heeft een keer tijdens een stille avond in 1924 het Wilde Heir van Wodan voorbij zijn vakantiewoning horen trekken. Hij hoorde voetstappen en muziek, stemmen en lachen. Ik ken een Zwitserse die dit leger van gestorven soldaten al een paar keer op verschillende locaties heeft gehoord. Jung heeft later uit de Luzerner Chronik opgemaakt dat de zalige lieden het Wodansleger van afgescheiden zielen vormen. Hij legt een verband met het lijk van een Franse soldaat dat drie jaar later bij bouwwerkzaamheden gevonden werd.

 

Jung leefde in zijn vakantiewoning zoveel mogelijk zoals zijn voorvaderen hadden geleefd. Hij had geen elektriciteit en hakte hout om de kachel te kunnen stoken. Oorspronkelijk bestond het gebouw enkel uit een toren. Zo schreef hij in Herinneringen, dromen, gedachten: ‘In mijn toren leef je zoals eeuwen tevoren… Niets stoort de doden, geen elektrisch licht en geen telefoon. Mijn voorvaderlijke zielen worden echter ook beziggehouden door de geestelijke atmosfeer in het huis, want ik geef hun – zo goed en zo kwaad als het kan – antwoord op vragen, die zij tijdens hun leven niet konden oplossen.’

 

De luxe van een vakantiewoning kan ik mij niet veroorloven, maar wel de luxe van het graven in het verleden. Ik heb de stambomen van mijn ouders uitgezocht om te weten te komen in welke omstandigheden mijn voorouders hebben geleefd. Later heb ik de artistieke ontwikkeling van mijn vader (Jan van Erkelens) in kaart proberen te brengen aan de hand van het familiearchief. Terwijl ik aan het omvangrijke manuscript werkte, droomde ik dat mijn familie met Hitler te maken had en hoe wij zijn invloed onschadelijk hebben gemaakt.

 

Ets van mijn vader voor Rika, die mijn moeder zou worden (juni 1941).

 

Natuurlijk hebben mijn ouders de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Ze zijn in december 1943 getrouwd. In mei 2009 droomde ik dat ik met mijn vrouw in het bed van mijn ouders in het huis in Heiloo lag. Een soort Adolf Hitler was bezig zijn spullen bijeen te zoeken om het huis te verlaten. Af en toe kwam hij kijken, maar hij was niet gevaarlijk. Ik was toen bezig een workshop over transformatie naar hoger bewustzijn voor te bereiden.

 

Drie nachten later droomde ik dat buitenaardse wezens naar beneden daalden om energetisch met Inge en mij te gaan werken. Ze zagen eruit als menselijke wezens, maar bij hun nek hadden ze een knobbel die deels door haar was bedekt. Een buitenaards wezen ging bij mij aan de slag vanaf mijn hoofd tot aan mijn balletjes: ‘Ik ga zitten en voor mij op een blad papier verschijnt zijn naam in gouden letters zodat ik hem altijd weet te identificeren.’

 

Inmiddels zou ik wensen dat dat ene buitenaardse wezen met die gouden naam mij een nieuwe energiebehandeling zou geven. Maar het nieuwe leven komt nu van onderop, van de dodengod Wodan die ook een vruchtbaarheidsgod is. Om meer over hem te weten te komen heb ik Noord-Europese mysteriën en hun sporen tot heden van F.E. Farweck geraadpleegd. Daarin staat dat het Wilde Heir vroeger bij voorkeur in de Jul-tijd rond de winterzonnewende rondtrok om het land vruchtbaarheid te schenken. Het Jul-feest was het feest der twaalf nachten dat tegenwoordig tussen Eerste Kerstdag en Driekoningen wordt gesitueerd. Het was oorspronkelijk een dodenherdenking waarbij voor korte tijd de doden onder de levenden vertoefden. Dit geloof bleef in christelijke tijd voortbestaan, maar de viering ervan werd ingekort, naar 2 november verplaatst en heet nu Allerzielen.

 

Sleipnir, het achtbenige hengst van Odin/Wodan. Bron: Wikipedia.

 

Een andere poging tot kerstening van Wodan is het Sinterklaasfeest. Wodan hield ervan om op een achtbenig paard door de lucht te vliegen en de heilige Nicolaas wordt verondersteld met zijn schimmel over de daken te galopperen. Het is wel een enorme transformatie om een Germaanse godheid te tooien in het habijt van een bisschop uit het Turkse Myra. Vermoedelijk is het plan om de Germanen tot het christendom te bekeren ook maar gedeeltelijk gelukt. In de volkscultuur leefde Wodan voort en in de negentiende eeuw stond hij centraal in Der Ring des Nibelungen, een operacyclus van Richard Wagner. In deze cyclus is Wodan in vermomming ook als de zwerver, de ‘Wanderer’, aanwezig. In de opera Siegfried probeert de ‘Wanderer’ de zieneres Erda uit haar slaap te wekken. Hij maakt zich zorgen over de mensheid en vraagt zich af of het rollende rad van het noodlot nog is tegen te houden.

 

Maarten Zweers was ooit theaterdirecteur en houdt zich al jarenlang bezig met de symboliek en vormgeving van onze muziekdramatische en symfonische literatuur. Momenteel is hij bezig de hele Ring te duiden in de hoop antwoorden te vinden op de noden van onze tijd. Dat ervaart hij terecht als een immense opdracht. Hij ziet in zeven muziekdrama’s van Wagner de gehele bewustzijnsontwikkeling van de mens weerspiegeld: ‘Die begon in een ver verleden met de vorming van ons zelfbewustzijn, het smeden van onze “ring”, ons Ego: de tetralogie “Der Ring des Nibelungen” (1-4). Het hoogste ideaal in het leven van de “voorchristelijke” mens is de ontwikkeling van dit Ego tot heldendom.’

 

De Ring eindigt met de Götterdämmerung, de godenschemering. Hierover merkt Zweers op zijn website op: ‘Het centrum van de voorchristelijke helden-idealen – het Walhalla – gaat met zijn hoogste representant Siegfried in vlammen op. Slechts uit de as van deze levenservaring der mensheid kan de nieuwe levensfase herrijzen. De tetralogie eindigt met de hoopvolle klanken van de moederliefde die het ego overstijgt, van het Liebeserlösung-motief: we zijn voorbereid op Wagners “Tristan und Isolde” en op de christelijke boodschap [uit “Die Meistersinger” en “Parsifal”].’

 

In de Germaanse mythologie werd strijd verheerlijkt en degenen die heldhaftig in de strijd gevallen waren werden door de Walküren naar het Walhal of Walhalla van Wodan gevoerd waar zij met geschenken werden overladen en eeuwig genoten van de mede die geschonken werd. Ook in Der Ring des Nibelungen razen de Walküren door de lucht. Maar Wodan kon als Wilde Jager eveneens door de lucht vliegen.

 

Volgens Farweck bestond het geloof in de Wilde Jager vooral in Noord-Duitsland, Zweden en Denemarken. De symbolistische schilder Franz von Stuck heeft in 1889 een schilderij van de Wilde Jacht voltooid dat ronduit huiveringwekkend is. Het zou een van de lievelingsschilderijen van Hitler worden. De latere rijkskanselier zou zelfs moeite hebben gedaan op de Wodansfiguur op dit schilderij te lijken. Dat is hem goed gelukt.

 

De Wilde Jacht. Door Franz von Stuck.

 

Er is alle reden om bij Wodan op je hoede te zijn. Toen Marie-Louise von Franz had besloten bij Jung in analyse te gaan, had zij voorafgaande aan haar negentienjarige verjaardag een inwijdingsdroom. In die grote droom kwam zij in het Walhalla terecht, maar het was het niet de bedoeling dat zij daar zou blijven. Dankzij ‘het water dat uit de maagd gemaakt wordt’ zou zij aan het land der doden kunnen ontsnappen. Dat water vond zij in een apotheek als een flesje helder water:

 

‘Ik neem het, geef aan de apotheker, die spottend zegt dat het maar gewoon water is, al het geld dat ik heb en verlaat de winkel. Buiten is het stralend licht, de zon staat op zijn hoogst, en naast mij staat een man van wie ik weet dat ik altijd al met hem getrouwd was. Wij gaan gearmd naar het strand aan de zee en kijken over het water uit. Uit de diepte van het water komt een vierspan van zwarte paarden met een wagen te voorschijn, waarop met zeeschuim bedekt iets onherkenbaars met een numineuze uitstra­ling ligt. Bij het ontwa­ken valt mij te binnen: “Dat is de geboorte van Aphrodite.”’

 

Het maagdelijk water werd in de alchemie ook met de planeet Mercurius in verband gebracht, omdat Mercurius de planeet was die bij het sterrenteken Maagd hoorde. Het gaat om het mercuriale levenswater of het levenselixir dat Von Franz nodig heeft om tot het land der levenden terug te kunnen keren. Gelukkig kon zij het kostbare vocht op de kop tikken en daarop bevond zij zich met haar eeuwige bruidegom en ware zielebegelei­der aan het strand waar zij de geboorte van de godin van de liefde ervoer.

 

Zelf was ik op mijn negentiende eveneens in een kritische conditie geraakt. Ik ondervond een zware depressie. Die depressie verdween niet doordat ik Scandinavische mythen en sagen van Roger Lancelyn Green en In de ban van de ring van Tolkien las. Maar toen droomde ik wel van Wodan en achteraf gezien werd ik door zijn aanwezigheid weer tot leven gewekt. Toen zag ik dat niet zo omdat ik ineens moest leren met een Germaanse god om te gaan. Ik had geen idee waar ik daarvoor de expertise kon vinden. Maar het onbewuste wist het wel. Nadat ik drie maanden lang door allerlei gevoelstoestanden was heengegaan, liep ik op 2 juni 1972 op de kast psychiatrie in De Slegte af. Daar stond Zahl und Zeit van Marie-Louise von Franz. Ik was ineens gered. Er stonden hoofdstukken in over orakelkunde en ik besefte dat ik de gang naar een psychiater kon voorkomen door het Chinese wijsheid- en orakelboek I Tjing aan te schaffen.

 

De acht trigrammen uit de I Tjing.

 

Later trof ik in een boek over tijd een interview met Von Franz aan. Het boek was gebaseerd op een Channel 4 Television serie onder leiding van Michael Dibb en Christopher Rawlence. Het interview met Von Franz ging grotendeels over het concept van synchroniciteit en de beperkingen van het westerse causale denken. Wodan heeft als god van de natuur en ontdekker van de runen veel met synchroniciteit te maken. Maar het is natuurlijk niet zo eenvoudig om in onbruik geraakte runen te raadplegen. En dat heeft Von Franz dan ook nooit gedaan: ‘Ik leerde de I Tjing leerde kennen, toen ik negentien was en dit boek begeleidt mij waar ik ook heen ga. Het is mijn bijbel!’

 

Blijkbaar heeft Jung haar in dat eerste jaar van haar analyse aangeraden om zich in de I Tjing te verdiepen. En gek genoeg heb ik zelf vanaf mijn negentiende dezelfde weg bewandeld. Het onbewuste kon mij niet meer opslokken en ik werd tijdig gewaarschuwd voor gevaren waarin ik mij had begeven. Zo kwam ik tot leven, maar wel met een heidense partner aan mijn zijde die verhinderde dat ik mijn carrière in de theoretische fysica kon voortzetten. Na mijn echtscheiding koos ik voor het pad dat Wodan mij wees. Ik werd net zoals hij een zwerver die benieuwd was of het lot dat de mensheid overkwam zich ooit ten goede zou keren.

 

Herbert van Erkelens

 

Geef een reactie