Nieuwsbrief 42

 

De laatste halteplaats

 

Vorig jaar heb ik gewerkt aan een manuscript dat best aardig van inhoud is, maar niet over mijzelf gaat. Het is lastig om over je eigen ervaringen te schrijven als je al 26 jaar thuis zit. Maar als je getrouwd bent en kinderen hebt uit je eerste en tweede huwelijk, is je leven ingebed in een verhaal. Op Tweede Kerstdag voelde ik ineens behoefte om een paar nieuwe hoofdstukken uit dit verhaal te gaan opschrijven. Ik ging onder meer op zoek naar de rol van de joodse traditie in mijn leven. En kwam toen uit bij de mogelijkheid om die traditie te herijken. Maar in mijn eentje kan ik dat natuurlijk niet.

 

Als je niet religieus bent opgevoed, hoef je geen afstand te nemen tot een geloof dat om welke reden dan ook verouderd is. Maar je hebt wel behoefte aan symboliek in je leven. Daar kwam bij dat ik vanaf mijn achttiende door gestalten uit het onbewuste werd achtervolgd. Dat was mijn vader ook overkomen op die leeftijd. Hij transformeerde die gestalten tot marionetten. Maar wat stond mij te doen? Het leek erop dat het christendom en het jodendom van het onbewuste geen verstand hadden. Maar hoe konden die godsdiensten dan voor enige leiding in het dagelijks leven zorgen? Dit waren de vragen die mij bezighielden.

 

Inmiddels is dit de 42e nieuwsbrief en uit de joodse traditie weet ik dat er 42 halteplaatsen in de woestijn zijn. Er gloort hoop. Het beloofde land is in zicht. Ik heb het manuscript Zoon van een poppenspeler voltooid en heb daarin ook mijn ontmoeting met de verhalen uit de Hebreeuwse bijbel verwerkt. Ooit heb ik een cursus over het bijbelboek Genesis bij het studentenpastoraat gevolgd. Dat was bij Karel Deurloo die Hebreeuws kende, maar niet eens wist waarom er een slang in het paradijs was.

 

Later leerde ik het werk van Elie Wiesel kennen, een van de overlevenden uit de vernietigingskampen. Zijn Vuur in de duisternis, een aangrijpend boek vol chassidische portretten en legenden, zette mij op een spoor waarbij ik besloot chassidisch te gaan dansen. Dat was mogelijk bij een cursus Israëlische volksdansen van Gert-Jan van Ammerkate. Ik leerde zijn assistente kennen, trouwde met haar en kreeg een zoon die we een bijbelse naam gaven: David. Daarna kregen we een dochter Laura die mij in juni 2013 zou inspireren tot een sprookje over Sara, de verloren Graalprinses.

 

 

Na de echtscheiding besloot ik de natuurkunde te verlaten en naar de verbinding tussen natuurkunde en dieptepsychologie te gaan zoeken. Ik ging daartoe uitzoeken wat er achter synchroniciteit, de wereld van het zinvolle toeval, schuilging. Ik vergat vrij snel de joodse traditie en ging helemaal op in de alchemie. Tien jaar heb ik dat volgehouden. Ik ben veel te weten gekomen, maar in juni 1995 stond ik met al mijn nieuwe inzichten op straat. Ik was inmiddels hertrouwd en uit dit huwelijk waren twee kinderen geboren: Kim en Jesse. In de bijbel is Jesse de vader van David.

 

Er volgde een moeilijke periode in mijn leven waarin Jan Wuister, een predikant uit Schiedam, mij bekend ging maken met de orthodox-joodse traditie via de boeken van Friedrich Weinreb. Vervolgens werd ik ineens uit de financiële nood gered door het aanbod voor het oecumenisch weekblad HN-Magazine te gaan schrijven. Ik kon meteen van start gaan met een artikel over een joodse visie op Kerstmis. In de wereld van Weinreb was er geen breuk tussen het Eerste en het Tweede Testament. In zijn boek Het leven van Jezus liet hij de joodse wortels van het Nieuwe Testament zien.

 

Ik heb van Wuister veel geleerd, maar je moest van hem ook geloven dat het joodse volk een speciale missie in de wereld had. Tegelijkertijd begreep ik van de theologe Joanne Klink dat Jezus juist daar zijn vraagtekens bij had gezet. Jezus vond dat het verbond tussen God en het volk van Israël te zeer de nadruk legde op je afkomst. Hij zocht naar een nieuw verbond met een God die universeel voor iedereen aanwezig was. Jammer genoeg betekende mijn boek Jezus en de broederschap der Essenen het einde van mijn vriendschap met Wuister. Het verscheen in september 2002 op de dag dat HN-Magazine failliet ging.

 

Toen begon mijn tocht door de woestijn. Ik had geen vast inkomen meer en ook geen helder idee van wat mij in het leven te doen stond. Noodgedwongen keerde ik terug naar de dieptepsychologie. Ik droomde in juni 2003 dat Jung een taak voor mij had en voltooide drie jaar later een boek over de psychologische betekenis van de eerste dertien getallen. Daarna begon ik mij te verdiepen in graancirkels. Ik hield mij bezig met de numerologie van de schepping en heilige geometrie. Dat had het einde kunnen zijn van mijn relatie tot de joodse traditie.

 

Blijkbaar was dat niet de bedoeling. In 2007 ontmoette ik het medium Judith Moore. Vanaf januari 2008 kreeg ik transmissies van haar toegestuurd die door haar medewerker Sean Sands waren uitgewerkt. In die tijd stond ze in contact met Enak-Kee-Na, een innerlijke gids die op aarde een visionaire wetenschapper was geweest die bij een vliegtuigramp was omgekomen. In zijn publicaties had hij beweerd dat we in een holografisch universum leven. Ieder deel van het heelal zou het grote geheel weerspiegelen.

 

 

Enak-Kee-Na was duidelijk vertrouwd met de Kabbala, de traditie van de joodse mystiek, maar hij had hierop een opmerkelijke visie. Nu hij niet meer door de beperkingen van een aards lichaam werd gehinderd, had hij naar eigen zeggen een beter overzicht. Voor hem was de Kabbala de wetenschap van de vele universa van hogere intelligentie die de godheid dienden. Slechts een deel van deze wetenschap zou door kabbalistische meesters naar de Aarde gebracht zijn. De bestaande kabbalistische traditie zou te patriarchaal van aard zijn en niet bij machte om een tegenwicht te bieden tegen een duistere kracht die in het universum aanwezig was en door hem als een formule van anti-leven werd beschouwd.

 

Alleen de Kabbala die bij de Bron van schepping bekend was zou hierin volgens Enak-Kee-Na kunnen doordringen: ‘Er bestaat een patroon, een kabbalistische formule die kan doordringen tot de ondoordring­bare, geïsoleerde lagen van anti-leven. Er bestaat een formule van anti-leven. Het is niet zo simpel als anti-leven, anti-essentie of anti-wat-dan-ook. Het is simpelweg “eeuwige verdoemenis.” Ik wil niet dat jullie dit woord “verdoemenis” interpreteren zoals het misleide paus­dom dat heeft gedaan. Maar simpel als een deel van de schepping dat geen liefde of zijn eigen bestaan kan vatten.’

 

Het was buitengewoon intrigerend wat Enak-Kee-Na ging doen. Hij was nog door liefde verbonden met de vrouw die op aarde aan zijn zijde had gestaan toen hij verongelukte. Samen met haar en samen met Judith Moore en Sean Sands ging hij een nieuwe kabbalistische formule naar de aarde brengen. Veel kon ik er niet van volgen, maar ik begreep wel dat Judith de missie had de Kabbala van de nieuwe schepping in ontvangst te nemen. Toen ik haar twee jaar later uitnodigde dit daadwerkelijk te doen, onthulde Enak-Kee-Na wat er mis was met de traditionele Kabbala. Hij wees daarbij op een ontbrekend, vrouwelijk, kabbalistisch principe dat een formule voor oneindig bewust­zijn zou zijn.

 

Graag had ik dit vrouwelijke principe onthuld. Maar ik kwam niet verder dan twee boekjes (zie boven) waarin het hele proces dat Judith onder leiding van Enak-Kee-Na had ondergaan beschreven werd als onderdeel van haar leven als medium. Ik kon niet rechtstreeks duidelijk maken waarom het ging. Bovendien was ik mijn aandacht gaan richten op Maria Magdalena die via Judith begon te vertellen over haar leven als de bruid en partner van Jezus. Ik wist dat ik bezig was het Derde Testament te schrijven, maar niet in een versie die veel mensen zou aanspreken.

 

Om deze reden ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe invalshoek. Toen ik in Zoon van een poppenspeler aan vredesperspectieven toe was, besloot ik een heel stukje aan aartsvader Jakob te wijden en ik zocht op wat ik ooit rond de millenniumwisseling over Jakob en diens strijd met de engel had geschreven. Vervolgens ging ik naar een bijeenkomst van het United Religions Initiative (URI), afdeling Nederland, waar mijn vriend Ari van Buuren zou aftreden als voorzitter, tegelijk met Bart ten Broek als penningmeester. Tot mijn verrassing had Ari het over Jakob en de zegen die deze aan de engel had gevraagd. Hij vertelde ook dat hij erover dacht een boekje te gaan schrijven over zegevieren of de zegen vieren. Het scheelt maar één letter, zei hij.

 

Ari van Buuren, tweede van links. De vrouwen nemen nu het roer over.

Foto: Wladyslaw van Hanswijck (Stichting BAB).

 

Opmerkelijk bij de bijeenkomst van het URI was de bijdrage van Sabine Wong over culturen van vrede. Zij nam het op voor iedereen die in onze samenleving aan de kant was gezet of door burn out en vergelijkbare aanvallen van vermoeidheid een stapje terug had moeten zetten. Juist bij de mensen die in de marge vertoeven zouden volgens haar kostbare ervaringen te vinden moeten zijn. Ik voelde mij meteen aangesproken en vroeg het woord. Eindelijk kon ik een keer vertellen dat deze samenleving een gekkenhuis is geworden. Als je thuis zit en een gezin hebt gesticht, heb je een huis van liefde proberen te bouwen. Maar als je dan de samenleving ingaat, merk je dat daar heel andere waarden gelden. Dan gaat het ineens niet meer om liefde. Des te opmerkelijker was het dat Sabine ons een toekomst met een en al liefde had voorgespiegeld.

 

Misschien heb ik nog een taak ten aanzien van de joodse traditie. Want waarom zou Enak-Kee-Na anders op mijn weg gekomen zijn? Toen ik bij het URI wegging, stapte ik op tramlijn 9 en kwam langs het Mr. Visserplein. Daar stapte ik uit om een vriendin te bezoeken die aan het Jonas Daniël Meijerplein woont. Zij is tijdens een cranio-sacraal sessie op zoek gegaan naar de ontbrekende, vrouwelijke, kabbalistische formule. Samen zouden we de ontbrekende stukjes van de legpuzzel bijeen kunnen brengen.

 

Maar bij die zoektocht wil ik graag andere mensen betrekken die eveneens aan herbronning doen. Uiteindelijk was het mij bij mijn ontmoeting met het jodendom om viering van het leven te doen. Enak-Kee-Na heeft mij gewezen op het fenomeen van anti-leven, van tendensen die ook in de menselijke psyche leven en ons de mogelijkheid bieden het leven daadwerkelijk te vernietigen. Het nazisme vormde hiervan een gruwelijke uitingsvorm en ik weet dat deze ideologie niet van de aardbodem verdwenen is toen Duitsland in mei 1945 capituleerde.

 

Uitzicht over het Jonas Daniël Meijerplein.

 

Wat ik de komende tijd ga doen, heeft vermoedelijk te maken met de vraag van leven en anti-leven. Er is nog hoop. Dat heeft de liberale rabbijn Awraham Soetendorp onlangs in het dagblad Trouw uitgelegd. Hij heeft zijn leven te danken onder meer aan een Gestapoleider. Hij was drie maanden oud tijdens de laatste grote razzia in Amsterdam. Het was voorjaar 1943 en de Gestapoleider liep naar het wiegje waarin de kleine Awraham Shalom lag. Hij zei: ‘Schade dass er ein Jude ist. Wir kommen morgen zurück.‘ (Trouw, 15 januari 2018)

 

De baby werd die avond in een kinderwagen weggehaald door een verzetsstrijdster en belandde bij pleegouders in Velp. Hij overleefde de oorlog en werd na de bevrijding weer herenigd met zijn ouders. Soetendorp merkt tijdens het interview over de opmerking van de Gestapoleider op: ‘Die woorden hebben ervoor gezorgd dat wij hier nu zitten. Ik heb ervan gemaakt: zolang de blik van een baby een hart kan raken dat verdonkerd is door indoctrinatie, door gif, zolang is er niets verloren, maar alles gewonnen.’

 

Herbert van Erkelens

26 januari 2018

 

 

2 reacties op “Nieuwsbrief 42

  1. Ik sta elke keer weer versteld van je kennis, je inzichten, je kracht van het woord en de kracht van je schrift.

    Bedankt voor het delen van deze nieuwsbrief en ik hoop er nog velen te mogen lezen.

    Even iets anders, in alle onderzoeken die jij verricht hebt, ben je ooit eens in aanraking gekomen met de broederschap/orde van de tempeliers? In dit leven raak ik vele facetten aan van andere levens en een daarvan is de orde van de tempeliers en het is een gedachte die maar aan mij blijft hangen….

    Vele andere facetten van vorige levens heb ik moge aanraken en loslaten en ik hoop dat bij deze ook te mogen doen.

    Bedankt voor je verhalen, je ervaring en kennis, Herbert het gaat je goed.

    God speed.
    Hans

  2. Herbert, ik ben zo nieuwsgierig hoe het verder gaat….Je zult vast en zeker naar de goede bronnen gedreven worden. Ook ik zal naar mijn intuïtie luisteren en opletten wat je nodig mocht zijn.

    Lieve groet, Harma

Geef een reactie