De weg van Joël

 

Ineens is het zover. Het sprookje ‘Joël en de verloren Graalprinses’ is bij Frontier Publishing verschenen. Ik schreef het sprookje in de zomer van 2013 op aanraden van mijn dochter Laura. Aanvankelijk had ik het plan om de terugkeer van Merlijn centraal te stellen, maar deze tovenaar kwam al vanaf de eerste bladzijden in het verhaal voor. Toen heb ik besloten dat het om de Zwarte Koningin zou moeten gaan, beter bekend als de koningin van Sheba. Het meest voor de hand liggende was toen om ook een Witte Koningin te introduceren. Dat was eenvoudig. De naam Guinevere is afgeleid van Gwenhwyfar, de Witte Fee. Een van haar jonkvrouwen noemde ik Gwendolyn, waarin eveneens de stam ‘gwen’ voor ‘wit, stralend’ voorkomt. Sara, de oudste dochter van Jeshua en Mirjam van Magdala, wordt in de Camargue als Sara la Kali ofwel Sara de Zwarte vereerd. Een van de opdrachten aan Joël is om van beide vrouwen, Gwendolyn en Sara, te leren houden.

 

Pas toen ik half mei in een synagoge een optreden van de band Nikitov bijwoonde, begon ik mij af te vragen of het sprookje misschien toch ook controversieel zou kunnen zijn. Omdat Sara joods is en afstamt van de koningin van Sheba, had ik een joodse jongen nodig die mogelijk zou afstammen van koning Salomo. De naam Joël kun je lezen als Jah is God (El). En Jah verwijst naar de godsnaam in de bijbel die als ‘de Heer’ wordt vertaald. Maar een Heer kan natuurlijk in zijn eentje niet God zijn. Bovendien bestaat er een afgedwaalde, archetypische energie die door het medium Judith Moore Jehovah wordt genoemd. En deze Jehovah is een bedrieger.

 

Zo merkt Judith in De spiegel van Magdala op: ‘Jehovah is een machtige gedachtevorm en een persona. Jehovah heeft oordeel ontwikkeld en naar zijn eigen beeld de godheid geschapen.’ In de joodse traditie is het vanzelfsprekend dat God naast liefde ook oordeel kent. Dat zou de invloed van Jehovah kunnen zijn. In Maria Magdalena. Profetes van het Levende Verbond wordt deze kwestie nader geanalyseerd. De vervorming van ons godsbeeld wordt dan toegeschreven aan de gevallen engelen die als meesters van wiskunde en manipulatie van bewustzijn worden gekarakteriseerd.

 

Joel-en-de-verloren-graalprinses-cover

 

Het was een hele uitdaging om deze motieven in een sprookje te verwerken. Maar ik werd geholpen door een droom waarin Jehovah als de afgehakte hand van God werd opgevat. Zo’n droom had ik in mei 1990 ook gehad en zodoende wist ik dat het antwoord van het onbewuste op de afgehakte hand van God de ervaring van liefde en verbinding is. In een wereld geschapen door de scheppingskracht van de afgehakte hand ontbreekt het aan liefde, omdat de hand de verbinding met de Bron is kwijtgeraakt. Toen ik in een e-mail aan Judith iets over dit droommotief had verteld, ging de aartsengel Michaël er uitgebreid op in. Op 30 december 2012 kreeg ik een transmissie van Judith binnen die over de halfgoden ging die zichzelf en ons bedriegen. Michaël merkte erover op:

 

‘En de droom die de alchemist had van de afgehakte hand van God beschreef simpelweg de macht en autoriteit van de halfgoden zonder verbinding met de God Bron. Op deze manier dicteerden zij in hun heerschappij over hun rijken wat in hun eeuw van macht aan zielen geoorloofd was en wat niet. De macht van de kracht van Creatie is de brug van licht, de brug van zuivere liefde, in de droom van Jakob bekend als de Jakobsladder.’

 

In feite hoefde ik Joël alleen maar deze brug op te sturen, de brug van licht en zuivere liefde, en het handigste was dat hij dit zou gaan doen samen met de twee vrouwen die ik voor hem had bestemd. Om hem enige ervaring te laten opdoen met de wereld van de afgehakte hand van God ontwierp ik voor hem een labyrint van dolende zielen. In dat labyrint komt hij uiteindelijk bij een rabbi uit die een dans uitvoert die ik zelf ken als de dans van de vrolijke rabbi. Maar onlangs heb ik in een film van Louis de Funès gezien dat het de dans van rabbi Jacob is. Bij mij is de vrolijke rabbi deskundig op het gebied van de Kabbala.

 

In deze mystieke traditie heeft God een rechter- en een linkerarm en zodoende zat ik opgescheept met twee handen. Welke is nu de hand die is afgehakt? De rabbi weet het antwoord, maar het is niet de missie van Joël om op alles een antwoord te hebben. Hij vlucht weg van de plek met de dansende rabbi en ontmoet Mirjam van Magdala. Die legt hem uit dat ‘het verschrikkelijke mes’ de hand van God heeft afgehakt. Daardoor zouden de drie hoogste werelden van de tien lagere zijn gescheiden. Dit wordt ook uitgelegd in Maria Magdalena. Profetes van het Levende Verbond. Tegen Joël zegt zij:

 

‘Jij hebt de taak om het raadsel van het verschrikkelijke mes op te lossen. Maar niet op de manier waarop je een raadsel uit de wiskunde tot een oplossing brengt. Dat zou nergens toe leiden. Het mes heeft de drie hoogste werelden van de tien lagere gescheiden. Maar het helpt je niet veel om dat te weten. Wat je moet proberen is om de gevolgen van die scheiding via liefde ongedaan te maken. Daarbij wil ik je van harte helpen. Voorbij de tien ligt het getal elf, dat door de Davidster en het pentagram wordt opgeroepen. Mijn geliefde Jeshua heeft een nauwe band met Israël en daarmee met de zespuntige Ster van David. Zelf voel ik mij thuis bij het pentagram, de vijfpuntige Ster van Venus. Onze verbinding zou voor de wereld van belang kunnen zijn, omdat het Huis van David liefde nodig heeft. Maar tot nu toe is onze relatie in het verborgene geweest.’

 

Hulde aan Maria Magdalena

Hulde aan Maria Magdalena. Door Ines Ligthart Schenk.

 

Wanneer Joël in het kasteel van koningin Guinevere is teruggekeerd, gaat hij de weg van de liefde bewandelen. Dat is een weg die door de dieptepsycholoog Carl Gustav Jung is verkend. Deze merkt in een brief aan Mary Mellon op dat er een niveau van begrip is dat niet op het denken is gebaseerd, maar op liefde. Jung heeft daar eigenlijk geen woorden voor. Volgens hem staan in die ervaring niet meer twee individuele mensen tegenover elkaar. Het gaat niet om een verliefdheid die ieder ander uitsluit, maar om iets diepers: ‘De velen, tot wie wij horen, ontmoeten elkaar, een ieder wiens hart wij beroeren.’ Daar heerst ‘geen onderscheid, maar rechtstreekse aanwezigheid. Het is een eeuwig mysterie.’ (Brief van 18 april 1941)

 

In een boodschap van Maria Magdalena die half januari 2013 via Judith is doorgegeven wordt die liefde omschreven als ‘liefde zonder grenzen.’ Pas onlangs is het mij gelukt om deze boodschap ook in druk te laten verschijnen. Door hier en daar wat te schrappen kon ik het stukje over liefde zonder grenzen opnemen in de tweede, gewijzigde druk van Maria Magdalena. Profetes van het Levende Verbond. Het gaat over een liefde die niemand kwetst en iedereen tot sieraad verheft. Dankzij die liefde zouden we in één klap bevrijd zijn uit de wereld van de afgehakte hand van God. Ieder moment dat we ademen zou een moment van liefde zijn en een bedoeling hebben voor ons bestaan. Die ervaring zou het ontwaken van de Heilige Graal zijn. Wij zouden de Graal gevonden hebben in onze pelgrimsreis van liefde. Moeder Maria kwam rond die tijd via Judith met een vergelijkbare boodschap:

 

‘Er is een brug van licht gebouwd met jullie liefde, een brug van licht die als een Jakobsladder een spiraalvormige reis door de eeuwigheid maakt. Aan deze brug van licht zijn de gulden snede, de scheppingsmacht van Eén en de goddelijke bestemming van de Aarde zelf verbonden. Deze brug van licht omspant de werelden en verenigt creatie met creatie met creatie. Wanneer jullie deze poort van licht passeren, plaatsen jullie je voeten op het pad dat de Weg heet. Dan is er enkel één Weg, en dat is de Weg van Liefde.’

 

Ik neem aan dat er dan ook maar één hand van God is, de hand die zijn aanwezigheid in de schepping aanduidt en door Jung als synchroniciteit, als het zinvolle toeval is omschreven. In feite zou er dan sprake zijn van goddelijke synchroniciteit. In Maria Magdalena. Profetes van het Levende Verbond wordt wonderbaarlijke synchroniciteit met een bewustzijn in verband gebracht dat Gouden Genesis wordt genoemd. Judith had in mei 2010 de taak om het zaad van Gouden Genesis naar de Tempelberg in Jeruzalem te brengen. Daar zou bij de troon van Salomo de bron van scheiding liggen. De wereld zou waarlijk openrijten of hersteld worden vanuit de troon van Salomo. In mijn sprookje los ik deze thematiek zo op dat Joël met een ring van Salomo op stap is en Sara, de verloren Graalprinses, dient te bevrijden uit een betoverde tuin. In de relatie tussen Joël en Sara komen de beide werelden van koning Salomo en de koningin van Sheba weer bijeen.

 

SalomoSheba

Salomo en Sheba in de Davidster.

Door Abigail Sarah Bagraim.

 

Nu ben ik benieuwd of het sprookje een ruimer lezerspubliek gaat bereiken dan de twee boeken die ik samen met Judith Moore heb geschreven. In het sprookje kan ik veel gemakkelijker een gevoelservaring overbrengen. In het werk van Judith ontbreekt die grotendeels. Toch heb ik verschillende inzichten daaruit in het sprookje verwerkt. Maar dat kon ik pas toen ik zelf nieuwe ervaringen met het onbewuste had opgedaan. Ik had met Judith vooral intellectuele arbeid verricht. Maria Magdalena had al aangegeven dat je daarmee geen groot publiek bereikt. Zij gaf zelf de voorkeur aan een vrouwelijke taal die de mensen direct zou aanspreken.

 

Dat laatste heb ik geprobeerd door van de monoloog over te stappen op dialogen. Het resultaat is voor mijzelf ook verrassend. Ineens ben ik niet enkel een pionier in bewustzijn, maar ook een sprookjesschrijver. En wie weet opent dat een weg die ik nu nog niet kan voorzien. In de wereld van de afgehakte hand van God is alles meetbaar, maar de bezieling ontbreekt. Het wordt hoog tijd dat we bezieling en geestdrift terug brengen in ons werk. Dat weet ik al sinds de vroege jaren negentig, toen ik met Philip Engelen, filmregisseur van de IKON, meewerkte aan zijn vier tv-documentaires Passions of the Soul. De tijd was toen niet rijp voor een andere kijk op onszelf en de wereld. Zelf raakte ik vanaf juli 1995 zelfs op een zijspoor. Als Philip niet gedroomd had dat mijn werk later begrepen zou worden, had ik het echt heel moeilijk gehad. Twintig jaar later kan ik eindelijk ervan dromen dat magie en liefde zullen terugkeren in onze wereld. Joël gaat ons daarbij voor. Omdat hij een sprookjesfiguur is, heeft hij het misschien gemakkelijker dan wij. Maar ik weet dat zijn weg begaanbaar is.

 

Herbert van Erkelens

27 mei 2015

 

 

De boekpresentatie van ‘Joël en de verloren Graalprinses’ is op 6 juni in wijkcentrum De Ringvaart in Haarlem. Boekpresentatie Haarlem 6 juni

Vanaf 6 juni kunnen het sprookje (€ 17,50 + verzendkosten) en de nieuwe editie van Maria Magdalena. Profetes van het Levende Verbond (€ 16,- + verzendkosten) via mijn webwinkel besteld worden. Het gaat om gesigneerde exemplaren. Zie: Website van Herbert van Erkelens

 

Geef een reactie